Actueel 1
PvdA logo logo kleur

Agendapunt WCO: Hulp bij het huishouden

Onderdeel: onvoorziene gevolgen van de aanbesteding.

Inleiding:

Toen we als Raad met de aanbesteding van de Hulp bij het huishouden bezig waren, maakten we ons zorgen over de werkgelegenheid van medewerkers van zorginstellingen, die geen gunning kregen. Die zouden worden overgenomen door de instellingen, die wel een gunning kregen, was de gedachte. Nu blijkt dat ook zorginstellingen met gunning een aanzienlijk aantal personeelsleden niet in dienst kunnen houden. Personeel moet gaan werken als alfahulp (zelfstandige) tegen aanzienlijk slechtere arbeidsvoorwaarden. Er zullen een aantal medewerkers zijn, die dat niet zien zitten en afhaken. Er zijn medewerkers bij die voor hun inkomen afhankelijk zijn van hun werk als thuishulp. Wat zijn de gevolgen van de ontstane situatie voor deze mensen? Kan het gebeuren dat we thuishulpen op termijn in de kaartenbakken van sociale zaken gaan aantreffen?

We maakten ons ook zorgen over onze inwoners die behoefte hebben aan adequate hulp bij het huishouden .Wat betekent de hierboven geschetste situatie voor de huidige cliënten?

En hoe borgen we in deze situatie dat cliënten in onze gemeente zo goed mogelijk worden geholpen op basis van de gestelde indicatie?

 

Nu wat we vernemen uit de praktijk:

Over de indicatiestelling: er bereiken ons signalen, dat mensen die eigenlijk HH2 nodig hebben geïndiceerd worden voor HH1. Dit lijkt het gevolg van de gewijzigde beslisboom die bij indicatiestelling gebruikt wordt.

In het nieuws en tevens realiteit bij onder meer De Vierstroom: HH1 zal steeds meer uitgevoerd worden door zelfstandige alfahulpen, zodat maatregelen moeten worden genomen om te voorkomen dat de cliënt werkgever wordt. In de regeling “in en om het huis” is onder meer opgenomen dat de hulp maximaal 3 dagen per week bij iemand kan werken. De belastingdienst moet goedkeuren dat deze regeling in veel meer gevallen wordt gebruikt dan initieel bedacht (als vervanging van de 'klassieke' alfaconstructie, juist om zwartwerken tegen te gaan), met bemiddeling en kwaliteitscontrole door een zorgaanbieder zonder dat zij dan spreken over een werkgevers-werknemersrelatie.

Een nadeel voor cliënten is, dat alfahulpen niet zijn opgeleid om signalen op te vangen en door te geven aan de thuiszorginstelling. Nu is er een door de gemeente af te nemen signaleringsmogelijkheid gecreëerd door startgesprekken en zorgevaluatiegesprekken te houden. GBN en PvdA vragen zich af of dat voldoende is om de verschraling van de zorg tegen te gaan.

We hebben in deze tijd nog met een generatie cliënten te maken, die minder voor zichzelf opkomt. Een aantal mensen uit die generatie zal in de huidige situatie niet eens meer hulp aanvragen met alle gevolgen (vervuiling en vereenzaming) van dien. Uit meerdere onderzoeken komt het gegeven dat doordat thuishulpen ongeveer drie uur aanwezig zijn bij een cliënt zij worden betrokken in allerlei zaken (vaak meer dan eigen kinderen): zij moeten van een bepaald kaliber zijn en een organisatie achter zich hebben.

De huidige hulpen in dienst van een zorgverlener krijgen goede arbo-voorlichting, maken gebruik van arbotechnische schoonmaakmiddelen (ter voorkoming van ziekteverzuim), krijgen voorlichting over dementie, enzovoort. Het gaat echt niet alleen om schoonmaken! Door de betere inzichten die thuishulpen daardoor hebben, zijn zij het vangnet voor mensen die "achteruit" gaan, aangezien zij binnen die grote organisatie de hulp van verpleegkundigen kunnen inroepen en cliënten binnen één organisatie doorstromen als zij meer hulp nodig hebben.

De aandacht lijkt nu verlegd van cliënt naar de omgeving van de cliënt.

Volgens informatie die wij van De Vierstroom hebben ontvangen was de verhouding HH1:HH2 in het verleden ongeveer 20:80. Nu zou het realistisch zijn om op ongeveer een verhouding van 30:70 te komen.

Wij hebben besloten dat de verhouding 60:40 zou moeten zijn. In de praktijk lijkt dit niet aan te sluiten bij de werkelijke behoefte.

GBN en PvdA zijn van mening dat de gemeente een verantwoordelijkheid heeft naar de cliënten en de betrokken medewerkers. We zijn immers verantwoordelijk voor deze vorm van zorg en voor werkgelegenheid.

Vragen:

  1. Kan het college iets doen aan deze situatie, bijvoorbeeld door meerwerk af te nemen bij de betrokken zorginstellingen?
    • De gemeente zou bijvoorbeeld het product 'signalering' (voornaamste onderscheid tussen HH1 en HH2) apart in kunnen kopen als meerwerk. Mits dit niet meer kost dan 50% van de aan te besteden som. Doordat hierdoor zorgorganisaties meer inkomsten hebben, kunnen de overwegend in vaste dienst zijnde HH2-medewerkers in dienst blijven onder de bescherming van een CAO. Bijkomend voordeel voor cliënten is dat mogelijke verschraling van de zorg wordt tegengegaan. Dit is een suggestie die door Deloitte is gedaan en gepubliceerd is in het Financieel Dagblad (ergens medio juli).
    • Is de wethouder hiervan op de hoogte? Zo ja, wat vindt de wethouder hiervan en zo nee, is de wethouder bereid deze mogelijkheid te bestuderen.
       

  2. Wat gaat het college doen om te voorkomen dat er inwoners zijn die geen of onvoldoende zorg ontvangen als gevolg van de ontstane situatie rondom de personeelskosten voor Hulp bij het huishouden?
    • Vierstroomzorgring (VSZR) levert momenteel ongeveer 88% van de huishoudelijke verzorging en 100% van de alfahulp in Nieuwerkerk. Dat is per jaar globaal 40.000 uur. Verdeeld over 30% HH1 en 70% HH2. Als VSZR nog slechts 50% zou kunnen garanderen dan valt er dus een gat van 20.000 uur op jaarbasis. Dat is globaal de zorg aan 100 cliënten en betreft 25 medewerkers. Andere zorgaanbieders kunnen dit niet zomaar opvangen. Uit de markt komen signalen dat steeds meer partijen zich gaan terugtrekken. Dat betreft zowel bekende thuiszorgorganisaties als particuliere bedrijven. Conclusie: marktwerking is onder de gegeven omstandigheden een slecht werkend mechanisme binnen dit deel van de zorg.
       
  3. Wordt via de vereenvoudigde beslisbomen die nu gebruikt worden door het Wmo-loket / CIZ ook daadwerkelijk HH2 geïndiceerd als dat nodig is?
    • Vanuit de praktijk heeft De Vierstroom daar grote vraagtekens bij. Het instrument is veranderd, daar moet naar gekeken worden.
       
  4. Er zijn hulpen die voor het eigen inkomen (moeten) werken. Wat zijn de gevolgen voor hen als ze in de kaartenbakken van sociale zaken terecht komen?
    • Het UWV heeft bepaald dat zij vooralsnog het werk als zelfstandige niet zien als passend vervangend werk, dus bij ontslag geldt wachtgeld en een uitkering. Werken via het zwarte circuit is dan voor sommigen een aantrekkelijke optie. Ook zal een deel het werken in de zorg de rug toekeren en een andere baan zoeken. En dat terwijl zorginstellingen om de stijgende zorgvraag op te kunnen vangen al stevig hebben moeten werven. Dat zal de komende jaren niet minder noodzakelijk zijn. Dit is allemaal in volkomen tegenspraak met elkaar ...
       
  5. Wat hebben we in deze situatie aan het 20 miljoen calamiteiten/opleidingsbudget van de staatssecretaris? Wist de wethouder dat zij, om in aanmerking te komen voor een bijdrage uit dit budget, samen met de zorgaanbieder moet verklaren dat de noodzaak is aangetoond?
    • Het is een heel bureaucratische regeling, die maximaal 3.500 euro per medewerker kan opleveren door samen met de zorgaanbieder te verklaren dat de noodzaak is aangetoond voor scholing, etc. Echter de kosten die vergoed worden, moeten in 2007 gemaakt worden. Het dreigende ontslag is van later datum. Niet eerder dan op 1 oktober a.s. wordt ontslag aangezegd. De kans dat er nog gebruik van gemaakt kan worden lijkt klein, tenzij er snel actie ondernomen wordt door de wethouder in samenwerking met de zorgaanbieders.
       
  6. Welke andere ideeën leven er bij het college, maar ook bij collega-raads- en commissieleden om dit probleem te helpen oplossen?
    • Een minimumtarief vaststellen dat overeenkomt met de kosten die vast dienstverband (lees CAO) met zich meebrengen. Nog een mogelijkheid is de indicatie verbeteren (vgl. Sluis in Zeeuws-Vlaanderen) dat ouderenbezoekers heeft. Dat met eigen ogen gaan kijken en in gesprek gaan geeft een realistischer indicatie dan een (telefonische) vragenlijst met beperkte antwoordmogelijkheid.

Nu de rechter de uitspraak heeft gedaan dat Nieuwerkerk aan den IJssel de aanbesteding over moet doen, omdat Stichting Zorgpartners Midden-Holland en Stichting Zuwe Zorg volgens de rechter ten onrechte waren uitgesloten, vragen wij bij de nieuwe aanbesteding de hierboven geschetste negatieve effecten zo veel mogelijk te elimineren voor medewerkers en cliënten in onze cluster.

Namens de fractie van

GBN
Annemarie Stootman-Berggren

PvdA
Joke van Gelderen